Alles voor acteurs

25 oktober 2011

Sonnet 1

Shakespeare
Shakespeare

From fairest creatures we desire increase,
That thereby beauty’s Rose might never die
But, as the riper should by time decease,
His tender heir might bear his memory.
But thou, contracted to thine own bright eyes,
Feed’st thy light’s flame with self-substantial fuel,
Making a famine where abundance lies.
Thyself thy foe, to thy sweet self too cruel.
Thou that art now the world’s fresh ornament
And only herald to the gaudy spring,
Within thine own bud buriest thy content
And, tender churl, mak’st waste in niggarding.
   Pity the world, or else this glutton be:
   To eat the world’s due, by the grave and thee.

vertaling: Erik Honders, 2007

Van schone schepsels wenst men nageslacht
Om zo de roos der schoonheid nieuw te enten,
Zodat, als ooit het rijpere vergaat,
De nazaat ons de pracht weer in kan prenten.
Maar jij bent zelf jouw vlam, en zo gericht
Zul jij je eigen brandstof potverteren,
Zo wordt in weelde armoe aangericht
En wreed zul jij je schone zelf duperen.
Je bent nu jong, voor ieder bezienswaard,
Uniek tot lentebrenger uitverkoren;
Bedenk dan, vlegel, ’t zaad dat men bespaart
Is naar de knoppen, aan de oogst verloren.
   Wees mild voor ons, of schrok maar lekker veel:
   Eet voor en na je graf óns eerlijk deel.

bron: Frank Leken
frank.lekens@xs4all.nl
 

Andere artikelen